Samen knokken voor de culturele sector

Interview met Peter Blaauboer, directeur TAQA Theater De Vest en Grote Kerk Alkmaar

“Kunst en cultuur naar de stad brengen, dat is onze missie – hoe ingewikkeld het ook is.” Peter Blaauboer, ruim 17 jaar directeur van TAQA Theater De Vest en De Grote Kerk, blijft optimistisch, ondanks de dreun die de culturele sector heeft gekregen. “En reëel, dat ook. De branche is totaal ontregeld. We moeten ervoor blijven zorgen dat er aanbod is. We willen dat de artiesten, kunstenaars en gezelschappen zo goed mogelijk gezien worden en dat het publiek daarvan geniet. Met meer kosten, meer beperkingen en minder inkomsten. Daar moeten we een mouw aan zien te passen.” 

Maart 2020
“Het moment van de eerste persconferentie zal ik nooit vergeten. Op die donderdagmiddag zat ik in mijn kantoor naar het absurde nieuws te kijken: Mark Rutte kondigde aan dat alle openbare instellingen hun deuren moesten sluiten. Steeds meer collega’s verzamelden zich in mijn kantoortje. Uiteindelijk stonden we met ruim 15 medewerkers vol ongeloof naar dat scherm te staren. Dit kán toch niet waar zijn? We moeten dicht. En toen gebeurde er iets wat in de haarvaten van onze organisatie zit: we gingen aan het werk. Samen knokken.”

Uitdagingen aan alle kanten
“De afgelopen maanden hebben onze collega’s misschien wel harder gewerkt dan ooit tevoren. Het wij-gevoel was groot: we moeten door. Als het straks weer kan en mag, willen en zullen we er alles aan doen om het culturele aanbod in onze stad te laten bestaan. Het programma werd geannuleerd, omgezet, herplaatst. Ook lag er een grote communicatieopgave, kwam er een voucherregeling en maakten we ons tussendoor ook best een beetje zorgen. De laatste avond hebben we een amateurvereniging nog een voorstelling laten spelen zonder publiek. Die hadden er zo naartoe geleefd. Het was onwerkelijk dat er daarna gewoon even niets meer was. Ja, er vond onderhoud plaats aan het toneel en aan het gebouw. Maar de artiesten en onze bezoekers zaten thuis.”

Hoogtepunt
“In mei startten we weer met kleine voorstellingen: ‘Theater op je bord’. Op vier plekken in het gebouw genoten 30 gasten van een driegangendiner en korte optredens. Het publiek en de artiesten vonden het geweldig. Er heerste opluchting, blijdschap, hoop. Ook de Grote Kerk ging weer open als ‘doorstroomlocatie’ en de verhuurtak deed het goed dankzij de vele vierkante meters die wij tot onze beschikking hebben.

Toen onze deuren openden voor 100 man, was de sfeer nog beter. Ook al droegen vele gasten mondkapjes, namen ze hun jassen mee de zaal in en gingen ze na het optreden direct naar huis. We programmeerden twee voorstellingen op een avond, om ervoor te zorgen dat we relatief veel publiek konden ontvangen. En dat deden we tot half oktober nog steeds.”

Gigantische impact
“Zoiets als dit heb ik in al die jaren nog niet meegemaakt. Natuurlijk hebben we tijden van recessie gekend, maar de impact van dit virus is ongenadig groot. Hoe blijft de theater- en kunstenaarswereld overeind? Hoe gaat de culturele sector dit overleven? We werken nauw samen met andere grote schouwburg- en concertgebouwdirecties uit de regio, denken na over oplossingen en voeren een gezamenlijke lobby. We proberen voorstellingen in te plannen die wél door kunnen gaan en een aantal scenario’s uit te werken waar we ons aan vast kunnen houden. We hadden – tot de tweede lockdown – meer dan 100 voorstellingen in de agenda staan. Dat geeft focus. Dat doet veel goed.”

Souplesse in de culturele sector
“Die noodzaak en wil om ervoor te zorgen dat het theaterbedrijf in gang blijft, ontmoet ik elke dag. Artiesten zijn blij dat ze weer iets kunnen en – laten we wel wezen – het is voor hen en vele andere freelancers in onze sector ook bittere noodzaak om uren te maken. Dit is hun vak. En het financiële vangnet is vaak klein. Ondanks dat blijft iedereen volhouden. De souplesse is soms verbluffend. Zowel van onze medewerkers, de mensen van de techniek en de artiesten, zelfs nu we weer een paar weken dicht moeten.”

De winter door
“Als je mij een half jaar geleden had verteld dat er publiek met mondkapjes op in onze foyer zou staan, dan denk ik nu: alles kan gebeuren. Mijn verwachting is - voor wat het waard is - dat we de winter door moeten met deze vrij strenge maatregelen. Versoepeling zit er het komende half jaar niet in, vrees ik. Dat we ons aan kunnen passen, is wel duidelijk. Dus ook dit gaan we weer aan. Samen. Het zal financieel niet makkelijk zijn, mensen zullen hun baan verliezen en de kans bestaat dat er een leegloop in de theaterwereld ontstaat, omdat het jaren kan duren voordat de sector weer op zijn oude niveau zal zijn. Toch blijf ik geloven in de aanstekelijkheid van optimisme. De wil en het doorzettingsvermogen zijn er. En het talent zal nooit verdwijnen.”